BOR-5

BOR (Russisch voor Bespilotny Orbitalny Raketoplan = onbemande orbitaal raket vliegtuig) was de naam voor een reeks test raketten waarmee empirische waarden voor het ontwerp van Space Shuttle BURAN verzameld werden, die ook in het Technik Museum Speyer te zien is. De belangrijkste taak daarbij was de ontwikkeling van het hitteschild, het optimaliseren van de aerodynamische vormgeving van de Space Shuttle en het calculeren van de vlucht parameters voor besturingssystemen.

De testraketten BOR waren modellen op een schaal 1:8 van de BURAN. Er werden vijf dergelijke "mini-BURANS” gebouwd, uitgerust met automatische piloot, meetinstrumenten en sensoren. Als startraket fungeerde een Kosmos-3M-RB5 raket. Vanwege het beperkte laadvermogen van de raket mochten de modellen slechts een maximaal 1,54 ton wegen.

Tussen 1984 en 1988 werden in totaal vijf vluchten vanuit Kapustiny Jar uitgevoerd. De in het Technik Museum Speyer ten toon gestelde BOR-5-test raket was op 27 juni 1988 in de ruimte. Hij bereikte daar een suborbitale piek hoogte van 210 kilometer. Op een hoogte van zeven tot acht kilometer leidde het besturingsprogramma aan boord een nauwe, spiraalvormige glijvlucht in om de snelheid te verminderen. Na de 2000 kilometer lange vliegreis ontplooide zich op drie kilometer hoogte de remparachute. Met een snelheid van zeven tot acht meter per seconde daalde de raket toen terug naar de aarde. De duidelijk zichtbare brandplekken werden veroorzaakt door de enorme hitte die tijdens het herintreden in de atmosfeer van de aarde ontstaat.